210

Onlangs hebben wij een andere auto gekocht. Een Gezinsauto. Want stationwagen.  We wilden al langer een grotere auto want de zooi die je met een kind meesjouwt is bijna onvoorstelbaar groot en onze auto’s waren klein. De mijne is dat overigens nog steeds want lief rijdt de Gezinsauto.

Eigenlijk hadden we bedacht de afgelopen vakantie nog met liefs oude auto te doen maar een paar weken voor die vakantie kwam ik thuis van boodschappen doen en zei hij “zoon en ik hebben auto’s gekeken”. Op mijn laptop stond een lijstje en diezelfde middag kochten wij een andere auto, als ware het een pakje boter. Vreemd, als je bedenkt dat ik naar een andere supermarkt loop als ik weet dat de boter daar goedkoper is dan in de super waar ik op dat moment sta.

Lief is heel erg van de details, en die moeten kloppen. De juiste velgen zijn bijvoorbeeld heel belangrijk. Als die er niet onder zitten valt de auto af. Ik weet niet eens hoe mijn wielen eruit zien. Ja, rond. Lief droomde van de velgen die hij zou kopen als het tijd werd voor winterbanden, toen degene die zijn carkit inbouwde opmerkte dat het wel tijd werd de zomerbanden eronder te zetten. Eh? Die winterbanden bleken er dus al onder te zitten. Detail: met een zonvakantie in het vooruitzicht (wisten wij veel…) moesten er dus als de bliksem zomerbanden komen. Op velgen. Lang leve Marktplaats, en 3 dagen later zwijmelde lief over zijn nieuwe exemplaren. Het ging zelfs zó ver dat hij de auto verder naar voren op de oprit parkeerde zodat hij hem vanuit de keuken kon zien. “Mooie velgen heb ik hè?” hoorde ik af en toe als hij naar buiten keek.

Een voordeel van zomerbanden is dat  je er harder mee kunt rijden dan met winterbanden. Dat voordeel is in Nederland natuurlijk nauwelijks van toepassing maar met een groot stuk Duitse Autobahn in het verschiet is het toch wel prettig.  Ik wist dat overigens helemaal niet. Doorgaans doe ik aan “het nieuwe rijden” en in zomer- en winterbanden had ik me nooit verdiept. Lief verheugde zich op het uittesten van de maximale snelheid van zijn nieuwe speeltje zonder meteen Dick en Wander en een camerateam van Wegmisbruikers achter zich aan te krijgen. Duitsland, we komen eraan!

Ik was niet van plan de auto te testen. Echt niet, lekker boeiend. Toen ik toevallig zag dat lief op de 195 km/u zat kneep ik mijn ogen dicht. Maar in het ochtendzonnetje, terwijl zoon en lief achterin sliepen besloten mijn rechtervoet en de omstandigheden anders. In de buurt van Passau ging ik bergaf, wind in de rug lekker snel. En toen keek ik op de snelheidsmeter. 210! Van schrik haalde ik m’n voet van het gaspedaal tot ik een acceptabele 190 km per uur reed. Lief durfde ik niks te vertellen. Hij zou het vast niet leuk vinden dat niet hij maar ik het record op naam had staan.

Een paar dagen laten biechtte ik het toch op. Tot mijn stomme verbazing vond lief het uitermate grappig dat ik het record had bijgeschreven, en niet hij. Pas later snapte ik waarom. Iedere keer als ik iets over zijn rijstijl zeg reageert hij breed grijnzend, heel kort: “210”. Grmblll, dit ga ik nog járen horen!

10 June 2010
By on 08:38
Oei, ik groei!

Zoals zoveel nieuwe ouders kochten wij na de geboorte van zoon het boek ‘Oei, ik groei’. In het begin lazen we braaf wat we konden verwachten in de ontwikkeling van de kleine, maar later werd dat minder. Of eigenlijk: vergaten we het hele boek. Toen zoon een maand of 8 was, was hij een periode zo lastig dat ik tegen zus verzuchtte meer te willen werken omdat ik gek van hem werd. Tanden, dacht ik. Maar het duurde al zo lang en er was nog geen tand te zien. Zus opperde een groeisprongetje. Hm, daar hadden we zelf nog niet aan gedacht. Eenmaal thuis rukte ik het boek van de plank, las en ontdekte dat hetgeen beschreven werd in het boek volledig van toepassing was op zoon.

Opgelucht meldde ik het gelijk van zus bij een aantal gelijkgestemden. Lees hier: moeders van baby’s in de leeftijd van zoon. Eén van hen merkte op dat ik werkelijk de eerste was die iets had aan het boek omdat ze nog nooit had gehoord van een baby die zich volgens ‘Oei, ik groei’ ontwikkelde. Niet dat ik zit te wachten op een kind dat zich ontwikkelt volgens ‘de boekjes’ – volgens het consultatiebureau doet ie dat ook helemaal niet, wat een opluchting – het was wel fijn dat er niets mis was met mijn kind en dat het gewoon over zou gaan.

Voor de zekerheid noteerde ik wel wanneer we het volgende groeisprongetje konden verwachten. Je kunt maar beter voorbereid zijn! Voor de niet-kenners: het begin van zo’n groeisprongetje kenmerkt zich door een meer babyachtig gedrag, door het boek omschreven als ‘terug naar mama’. Dat meer babyachtige gedrag is me bij eerdere sprongetjes nooit zo opgevallen. Vastgehouden willen worden en huilerig zijn, ja. Maar een baby is een baby en wil hij geen brood of groente maar wel melk, prima. Er zal echt wel weer een moment komen dat zoon meer wil dan flesvoeding want het is niet zo cool als je op je 16e nog aan de Nutrilon 3 bent!

Sinds afgelopen donderdag is zoon begonnen aan zijn volgende groeisprongetje en dat doet hij met overgave. Hij wil het liefst de hele dag worden rondgedragen, blieft niet altijd zijn groente en fruit en als ik tijdens de middagboterham te vroeg begin met het klaarmaken van de fles wil hij die NU en soms huilt hij zonder duidelijke aanleiding bijna ontroostbaar. Hij is dit keer ook echt een paar fases terug naar de babytijd. Waar we toen hij klein was dachten nooit van de slab af te komen – zoon droeg ze de hele dag vanwege alle melk die eruit kwam -eet hij nu regelmatig slabloos en dat gaat prima. Nu met het sprongetje zit het probleem ná de maaltijd. Opeens komt er dan een golfje zuur ruikende derrie uit. En net als toen hij klein was lijkt zoon er geen last van te hebben, hij speelt zoet verder tot Lief of ik de rommel ontdekken.

Het venijn van terug naar de babytijd zit hem in het staartje. Toen zoon klein was vlogen de luiers en rompers er doorheen. Tot we de juiste Pampers hadden gevonden lukte het hem steevast om tussen de randjes door te plassen en poepen. Dat plassen deed hij ook graag zonder luier. Nou is dat onder de douche niet zo’n probleem maar op het aankleedkussen is het minder handig. Dé oplossing bleek een opgevouwen handdoekje over het kleine schwanzje, dan bleef de schade beperkt. Maar omdat een grote jongen begrijpt dat hij in een luier moet plassen was het handdoekje van de commode verdwenen. Misschien is het beter dat lief en ik met zoon mee teruggaan in de kleine-baby-tijd. De afgelopen 3 dagen heeft zoon het 4 keer gepresteerd om op de commode alles onder te plassen. Dat zijn eigen gezicht daar ook bij hoort lijkt hem niet te deren. Wel heeft hij zijn timing geperfectioneerd: beginnen met plassen zodra de luier los gaat. Als ik die dan snel weer dicht doe stopt hij waarschijnlijk met plassen, om weer te beginnen als ik de luier na pakweg een halve minuut weghaal “omdat hij dan toch wel klaar zal zijn”. De Glorixdoekjes hebben inmiddels een vaste plek op de commode en de wasmachine draait weer overuren. En ik kijk uit naar het moment dat zoon kruipt of zijn eerste woordje spreekt, dan is het groeisprongetje voorbij!

1 June 2010
By on 15:07
Kinderen en vakantie

“Als de kinderen een leuke vakantie hebben, hebben wij als ouders dat ook.” Een dergelijke uitspraak heb ik al ik weet niet hoe vaak gelezen in artikelen over vakanties met kinderen of advertenties van gruwelijke campings in Zuid-Frankrijk. Ik moet zeggen: ik vind het gelul. Het hele gezin moet een leuke vakantie hebben omdat het leuk ís, niet omdat een ander gezinslid het zo naar zijn of haar zin heeft.

Na de eerste vakantie met zoon snap ik waar de uitspraak vandaan komt. Het ligt namelijk iets anders, maar dát zeggen ze er niet bij. Op vakantie moet je zorgen dat je kind het naar zijn of haar zin heeft. Anders maken ze jouw vakantie tot een living hell. “Ik wil niet in de auto.” “Zijn we er al?”(je rijdt net de straat uit) “Ik vind het hier stom!” En voor je het weet zit je in de hel die Petit Paradis heet, of zo. Klein paradijs, geloof je het zelf? Zo’n megacamping met kant-en-klare bungalowtenten… en dan zijn er nog mensen ook die zeggen dat ze het echt leuk vinden. Dat gelooft toch niemand?

Laat ik wel duidelijk maken dat zoon zoals bijna altijd, ook tijdens de vakantie überlief was. Een etappe ’s nachts rijden zal geholpen hebben maar als hij begon te piepen was hij vrij eenvoudig om te kopen met een koekje, beker water of een stukje Sesamstraat. Thank god dat die dvd’tjes niet zo lang duren want aan het eind kreeg ík neiging tot piepen. Die rotstemmetjes…

Eenmaal op de plaatsen van bestemming vond zoon het gezellig met zijn vader en moeder. En omdat hij op het moment een allemansvriend is had hij ook aan de mensen om ons heen genoeg vermaak, zelfs als hij niets verstond van wat ze zeiden. Gelukkig hoeven wij dus niet naar het kleine paradijs. Dat creëren we zelf wel.

26 May 2010
By on 19:49
Ik ben er weer!

Jaren geleden lazen collega C en ik dagelijks onze horoscopen in de Telegraaf. Zij omdat die van haar volgens haar altijd redelijk goed klopte, ik omdat ik doorgaans hoopte dat de mijne zou kloppen. Ik heb iets met horoscopen. Zodra de vrouwenbladen in december met de jaarhoroscoop komen sta ik vooraan. “Wees voorzichtig met geld in april. In juli kun je een financiële meevaller verwachten. De beste maanden voor de liefde zijn maart, juni en december.” Dat er in de praktijk nooit iets van klopt weten ze zelf natuurlijk ook wel want nooit is er een terugblik om te checken wat er nou terecht kwam van die beweringen. Ik heb zelf wel eens een poging gedaan. Dan kwam ik bij het opruimen van stapels troep oude jaarhoroscopen tegen waarin stond dat ik in juli de liefde van mijn leven zou tegenkomen. En als niet, dat het dan toch zeker een maand was die garant stond voor geweldige seks. Mijn jarenlange single status bewees het ongelijk.

Gisteren reden lief, zoon en ik  de laatste etappe van onze vakantie naar huis. Op de zoveelste Rasttätte langs de Autobahn bekroop me een gevoel dat er iets moest gaan veranderen in mijn leven. Ik ben heel happy met mijn mannen en ons fijne huis, maar er ontbreekt nog iets. Al vrij snel bedacht ik dat het tijd was om weer eens te gaan schrijven. Een boek is op het moment wat hoog gegrepen maar mijn weblog weer oppakken kon best, besloot ik.

Vandaag startte ik Hyves op om een filmpje van zoon te uploaden. Een paar weken geleden had ik een nieuwe gadget toegevoegd: de dagelijkse horoscoop. Tja, sommige dingen blijven fascineren. En tot mijn stomme verbazing kon ik er opeens iets mee. Want dit was mijn horoscoop voor vandaag:

Een tijdlang heb je je favoriete hobby niet kunnen uitoefenen. Probeer het nu toch weer op te pakken, want je merkt hoe belangrijk dat voor je was. Het is namelijk fijn om er helemaal in op te kunnen gaan. Probeer ook wat meer om je creativiteit te gebruiken. Gebeurtenissen zijn er niet zomaar, die moet je ervaren en je bepaalt zelf hoe je ze ervaart. Je hoeft de dingen niet zo te zien zoals anderen ze zien. Je mag helemaal je eigen pad kiezen. Dan kun je ergens pas echt van genieten.

Mijn gevoel werd ondersteund door ‘de sterren’. Dus hallo mensen, ik ben er weer!

24 May 2010
By on 13:10
Conditie

Iedereen die mij een beetje kent weet dat sporten nooit mijn hobby is geweest en ook nooit zal worden. Ik zou willen dat ik het leuk vond, want dan is in vorm blijven een stuk makkelijker. Maar het zit er niet in. Vrienden W en R mogen af en toe herinneringen uit de oude doos ophalen over hoe ik met gym probeerde over een kast te springen. En er dan, na een sprong op de trampoline, tegenaan belandde omdat ik bang was gelanceerd te worden. Ja jongens, hi-la-risch. Daarom vond ik die les gewoon stom. Wat heet: in de 6e ben ik gewoon nooit gegaan. Een bevrijding!

Sinds een paar maanden ben ik met B, de vrouw van W, toch aan het sporten geslagen. Nog even in vorm komen voor we uitdijen wegens in de maak zijnde baby’s. We fietsen, roeien en crosstrainen dat het een lieve lust is. Maar terwijl B’s conditie vooruit ging en ze zich steeds meer begon uit te sloven op al die apparaten, ging de mijne na een aantal weken hard achteruit. Tja, zwanger hè. Dat ik de buikspieroefeningen links mocht (moest) laten liggen vond ik niet heel erg. Maar dat ik übertraag moet fietsen en crosstrainen om te voorkomen dat m’n hartslag de pan uit schiet vind ik minder leuk. Als ik echt fiets – als in: buiten op het fietspad – word ik van alle kanten ingehaald. Niet zo raar, ik verplaats me behoorlijk langzaam. Maar vernederend is het wel, als je wordt ingehaald door bejaarden. En nee, die reden niet op een Spartamet!

De afgelopen anderhalve week lijkt het iets beter te gaan. De eerste drie maanden zitten erop. Ik ben niet meer zo snel buiten adem, kan de zesde versnelling van mijn fiets weer gebruiken en dinsdag haalde ik zelfs een bejaarde in! Dat vertelde ik trots aan mijn lief. Hij had duidelijk minder vertrouwen in mijn hervonden fitheid, gezien zijn reactie. "Oh? was hij gevallen, lag ie op de grond? Of fietste hij achteruit?"

16 January 2009
By on 15:41
Nederland zingt

Ik ben erg van het meezingen in de auto. Onder de douche zing ik ook wel eens maar als Lief nog in bed ligt en me zou kunnen horen, heel zachtjes. Ik wil namelijk niet gehoord worden omdat ik mijn eigen zangtalenten ken. Die zijn nogal beperkt.

Dat geldt ook voor het grootste deel van de Nederlandse bevolking maar een aantal mensen kent haar (vreemd genoeg zijn het meestal vrouwen) beperkingen niet. Die mensen doen dan mee aan Idols en begrijpen niet dat ze door de jury -terecht- volledig worden afgezeken. Er is ook een groep die het anders aanpakt. Zij willen gehoord worden door de mensen waar ze van houden zonder dat Gordon ze daarbij met de grond gelijk maakt. In de eerste serie Over mijn lijk zat een meisje dat een liedje opnam dat tijdens haar begrafenis gedraaid zou worden. Ik vond het niet om aan te horen maar de situatie was zodanig triest dat mijn tranen niet persé aan haar te hoge, licht valse gezang te wijten hoefden te zijn.

In de huidige serie zit wéér iemand die een liedje heeft opgenomen. En weer is het naar mijn bescheiden mening drie keer niks. Te hoog, net ernaast, gevalletje “meid, doe dat nou niet”. Deze leek wel enige zelfkennis te hebben want als ze het niet geweldig vond klinken zou het cd’tje alleen voor haar man en zoon zijn. Zodat het jochie van nu vijf haar stem nog eens zou kunnen horen. Hartverscheurend, ja. Alleen als het goed klonk zou het liedje tijdens de begrafenis worden gedraaid. Ondanks dat je met computers veel kunt oppoetsen vond ik het nog steeds niet briljant klinken maar als ik het goed begrepen heb wordt het toch op de begrafenis gedraaid. Ach ja, huilen doen mensen dan toch wel.

Er is een overtreffende trap van verschrikkelijk en die was gisteravond te zien in All you need is love. Mijn eerste Valentijnsdag sinds jaren mét vriendje brachten wij na een heerlijk door hem gekookt diner door op de bank. Tegen elkaar aan liggend keken we tv. Het was zoet, het was lief, het was gruwelijk. Wat brengt mensen ertoe hun geliefde te willen toezingen, in het openbaar, met meer mensen dan alleen die partner als toehoorder? Terwijl ze écht níet kunnen zingen? Het was te gênant voor woorden, en dat gold dan met name voor de zingende vrouwen. Veel te hoog, veel te vals en tranen op het eind. Tja, ik zou ook janken als ik me in zo’n positie had gemanoeuvreerd. Maar ik doe dat niet. In geen geval. Lief was het daar helemaal mee eens, terwijl hij me nog nooit heeft horen zingen. Tijdens één van de tenenkrommende serenades keek hij me aan en zei bloedserieus: “Het kan me niet schelen hoeveel huizen en kinderen we hebben, als je dit doet ga ik bij je weg!” Ik heb hem laten weten dat dat omgekeerd net zo hard geldt. Dus als jullie ons ooit een serenade zien brengen, dan weten jullie wat de achtergrond is!

15 February 2008
By on 09:31
Ik ben (g)een visstick

Soms laat ik me ergens in kletsen terwijl ik eigenlijk al weet dat ik het niet moet doen. "Maar volgens mij is het echt een goeie film en zó erg is het toch niet dat Matt Damon erin zit?" (wel waar, was een rukfilm), "Laten we nou nog één keer proberen of het iets voor ons is, zo’n sportschoolabonnement" (voor mij is dat dus niks) en eind mei na afloop van de cursus die ik had gevolgd was het "Als er nou een tweede cursus Tijdschriftjournalistiek komt, doe jij dan mee?". "Ja hoor, oefening is goed!", zei ik. In de veronderstelling dat het vervolg op die eerste cursus er nooit zou komen. Mis.

Gedurende de zomer kwamen er zo af en toe mails over het te ontwikkelen cursusprogramma en de startdatum. En omdat ik het gevoel had dat ik niet meer onder dat vervolg uit kon -ik had immers toegezegd- probeerde ik die datum zo ver mogelijk naar achteren te krijgen. Eerst ademruimte. En ik regelde tweewekelijkse bijeenkomsten in plaats van wekelijkse, omdat het huiswerk op die manier beter te behappen zou zijn. Ik moest tenslotte nog op vakantie in oktober en no way dat ik wéér in New York aan m’n huiswerk zou moeten. In de zomer liep er zomaar iemand mijn leven in en de geplande vakantie ging niet door. De startdatum van de cursus kwam wel steeds dichterbij. Miljaar, daar kwam ik dus echt niet onderuit. Mijn medecursisten zouden ieder honderd euri meer moeten betalen als ik zou afhaken. En ik wílde toch ook echt omscholen? Dus ik schreef me in. Ik dacht geweldige onderwerpen te hebben voor artikelen.

Oh boy, viel dat even tegen. Het eerste onderwerp schrapte ik zelf. Als ik daarover zou schrijven zou mijn werkgever me zeker hardhandig op de keien smijten. Zonder de zo gewenste zak met geld. Het tweede concept boeide me van de zomer nog mateloos maar nu iets minder. Bovendien bleken de te interviewen vrouwen te oud voor het tijdschrift dat ik in gedachten had. Het derde idee over een taboe-onderwerp bleek echt taboe: niemand wilde erover praten. Zelfs niet anoniem. En daar zat ik dan. Stiekem geen zin in de cursus waar ik me in had laten kletsen, en nu ook nog eens geen idéé meer waarover ik zou moeten schrijven. Ik stuurde een mail aan medecursisten en docent, dat ik het bijna had opgegeven. Om achteraf eerlijk te zijn: dat loog ik. Voornamelijk tegen mezelf. Ik hád het al opgegeven en een gevoel van vrijheid maakte zich van mij meester. Tot ik een mail kreeg van de docent. ‘"Niet focussen op een dichte deur, zoek naar open ramen!" En ze deed me een aantal ideeën aan de hand.

Rats, dát was niet de bedoeling. Maar voorzichtig dacht ik toch nog even na. Ik was toch potverdorie geen quitter? Als ik nou voor dat tijdschrift… of met een andere invalshoek… Lief zag het al niet meer zitten. "Je bent er al klaar mee, ga nou niet doen alsof je toch nog een poging wilt wagen. Als je er daarna alsnog mee stopt geloof ik nooit meer iets dat je zegt." Ik bezwoer hem dat ik het echt nog wel wilde proberen. Het kon toch niet zijn dat ie me na drie maanden al een ruggegraatloze visstick vond! Vandaag bleek dat Lief me toch beter doorhad dan ik dacht. Ik heb er gewoon geen zin meer in. Wil niet meer nadenken. De timing klopt niet, deze tijd van het jaar is simpelweg te druk. En ik wil leuke dingen doen met hem in plaats van elk vrij moment gefrustreerd op m’n laptop te hakken om een artikel in elkaar te zetten.

Dat had ik Lief al eerder gezegd. Vanmiddag vertelde ik hem het verhaal achter het ontstaan van de tweede cursus en mijn deelname daaraan. En ik geloof dat ie me opeens minder slap vond. Wat een opluchting. Ik ga me nu dus uitleven op het slopen van de wc zodat de klusjesman woensdag meteen aan de slag kan om er een waar sanitair paleis van te maken. Als ik daarmee klaar ben duik ik in de nieuwe Harry Potter. En daarna stort ik me op het kijken van de programma’s die ik de laatste weken heb opgenomen. Tegen de tijd dat de harddisk leeg is, is het vast al kerst. De eerste van hopelijk vele die Lief en ik samen onder de boom gaan doorbrengen.

Begin dit jaar nam ik me voor  en voor dat het allemaal anders zou gaan worden. Ik zou verhuizen en een andere baan zoeken. De verandering pakte niet zo uit als ik had bedacht maar mijn leven is nu niet meer hetzelfde als toen. De LVN ben ik niet tegengekomen, de potentiële LVML is er wel. (ik schrijf ‘potentiële’ omdat je je dat natuurlijk voorneemt, maar je weet het pas zeker als je leven op z’n eind loopt en ik hoop er nog lang te zijn) Er is veel gebeurd en als resultaat is de balans werk-privé heel anders komen te liggen. En ruggegraatloze visstick omdat ik die cursus niet ga afmaken? Welnee, ik ben gewoon zo flexibel als Barbapapa. Ik zie het leven positief in en in 2008 wordt alles alleen maar mooier.

2 December 2007
By on 13:37
En toen was het stil!

Daverende stilte. Pippa kijkt even niet naar de wereld. Of eigenlijk wel, maar heeft op dit moment niet de behoefte wat ze ziet en denkt te delen.

Tot later!

15 July 2007
By on 14:42
Sparky

Ook op mijn leeftijd valt nog best iets te leren. Daar ben je tenslotte nooit te oud voor. Vrijdag heb ik iets geleerd.

Ik heb twee vliegenmeppers. Een ouderwetsche roze en een moderne electrische. Zo’n soort tennisracket met metalen draadjes. Ik heb geen hordeur. Dat wil zeggen: ik heb er wel één, een hele mooie zelfs, maar die is nog niet gemonteerd. Al twee jaar niet. Alles dat vleugels heeft kan mijn huis dus ongehinderd betreden. Nogal vervelend want donderdag ontdekte ik opeens meer dan twintig (!!!) akelige vliegen in de huiskamer en keuken. Alsof ik terug was op de boerderij van opa en oma ging ik tekeer met mijn ouderwetsche vliegenmepper. Na een kwartier en een behoorlijk aantal vliegenlijken was ik het zat.

Vrijdag herinnerde ik me Sparky de moderne vliegenmepper. Aangezien ik ‘m al een tijd niet had gebruikt moest ik even testen of de batterijen nog wel vol waren. Note to self: je vinger tegen het rooster houden en dan op het knopje drukken is niet de handigste manier om te testen of ie ‘t nog doet. Als het antwoord op die vraag positief is hou je er op z’n minst een pijnlijke vinger aan over. Vraag maar aan die crunchy vliegen in de prullenbak.

1 July 2007
By on 09:40
Spoiler alert

Collega P heeft -niet helemaal legaal- serie 3 van Lost gedownload. Verslaafd als ze zijn, kijken zij en haar vriend een paar afleveringen per avond en nu zijn ze bijna aan het eind, meldt ze me. Ik steek mijn vingers in m’n oren: "Ik wil niet weten wat er gebeurt, ik kijk het op tv". Om daarna te vervolgen "Ach, dankzij TV Guide (Amerikaans programmablad) weet ik toch al dat X doodgaat".

Beteuterd kijkt P me aan: "Zover ben ik nog niet…"

Typisch gevalletje van oeps.

27 June 2007
By on 14:32