210
Onlangs hebben wij een andere auto gekocht. Een Gezinsauto. Want stationwagen. We wilden al langer een grotere auto want de zooi die je met een kind meesjouwt is bijna onvoorstelbaar groot en onze auto’s waren klein. De mijne is dat overigens nog steeds want lief rijdt de Gezinsauto.
Eigenlijk hadden we bedacht de afgelopen vakantie nog met liefs oude auto te doen maar een paar weken voor die vakantie kwam ik thuis van boodschappen doen en zei hij “zoon en ik hebben auto’s gekeken”. Op mijn laptop stond een lijstje en diezelfde middag kochten wij een andere auto, als ware het een pakje boter. Vreemd, als je bedenkt dat ik naar een andere supermarkt loop als ik weet dat de boter daar goedkoper is dan in de super waar ik op dat moment sta.
Lief is heel erg van de details, en die moeten kloppen. De juiste velgen zijn bijvoorbeeld heel belangrijk. Als die er niet onder zitten valt de auto af. Ik weet niet eens hoe mijn wielen eruit zien. Ja, rond. Lief droomde van de velgen die hij zou kopen als het tijd werd voor winterbanden, toen degene die zijn carkit inbouwde opmerkte dat het wel tijd werd de zomerbanden eronder te zetten. Eh? Die winterbanden bleken er dus al onder te zitten. Detail: met een zonvakantie in het vooruitzicht (wisten wij veel…) moesten er dus als de bliksem zomerbanden komen. Op velgen. Lang leve Marktplaats, en 3 dagen later zwijmelde lief over zijn nieuwe exemplaren. Het ging zelfs zó ver dat hij de auto verder naar voren op de oprit parkeerde zodat hij hem vanuit de keuken kon zien. “Mooie velgen heb ik hè?” hoorde ik af en toe als hij naar buiten keek.
Een voordeel van zomerbanden is dat je er harder mee kunt rijden dan met winterbanden. Dat voordeel is in Nederland natuurlijk nauwelijks van toepassing maar met een groot stuk Duitse Autobahn in het verschiet is het toch wel prettig. Ik wist dat overigens helemaal niet. Doorgaans doe ik aan “het nieuwe rijden” en in zomer- en winterbanden had ik me nooit verdiept. Lief verheugde zich op het uittesten van de maximale snelheid van zijn nieuwe speeltje zonder meteen Dick en Wander en een camerateam van Wegmisbruikers achter zich aan te krijgen. Duitsland, we komen eraan!
Ik was niet van plan de auto te testen. Echt niet, lekker boeiend. Toen ik toevallig zag dat lief op de 195 km/u zat kneep ik mijn ogen dicht. Maar in het ochtendzonnetje, terwijl zoon en lief achterin sliepen besloten mijn rechtervoet en de omstandigheden anders. In de buurt van Passau ging ik bergaf, wind in de rug lekker snel. En toen keek ik op de snelheidsmeter. 210! Van schrik haalde ik m’n voet van het gaspedaal tot ik een acceptabele 190 km per uur reed. Lief durfde ik niks te vertellen. Hij zou het vast niet leuk vinden dat niet hij maar ik het record op naam had staan.
Een paar dagen laten biechtte ik het toch op. Tot mijn stomme verbazing vond lief het uitermate grappig dat ik het record had bijgeschreven, en niet hij. Pas later snapte ik waarom. Iedere keer als ik iets over zijn rijstijl zeg reageert hij breed grijnzend, heel kort: “210”. Grmblll, dit ga ik nog járen horen!

